Van druif tot wijn.

WIJNWEETJE

Van druif tot wijn.

Het werk in de wijngaard is zwaar maar zeer gevarieerd. De wijnboer is altijd een top landbouwer geweest. Het is een vakman en vaak ook van een kunstenaar. Het maken van een goede wijn uit de druiventrossen kan niet aan het toeval worden overgelaten. Het klimaat, de grond en de druivensoort zijn van nature kwaliteitsfactoren. Met de kennis van de wijnboer worden die pas waardevol. Door gebruik te maken van verschillende technieken en behandelmethoden, krijgt elke wijnboer een mooie wijn die altijd verschild van ander wijnboeren. Doordat elk jaar het weer anders is dan het jaar ervoor, meer of minder zon meer of minder regen, etc, is de wijn (bijna) nooit hetzelfde als de wijn van het oogstjaar ervoor. Dat is een van de grootste charmes van deze godendrank.

Bij het maken van een wijn is niet alleen de gisting en de bewaartijd voor dat de wijn naar de winkels gaat belangrijk, maar ook welke druivensoort is zeer belangrijk. Neem je een soort druiven of ga je meerder soorten mengen. Wijn gemaakt van één druivenras heet een épage- of varietalwijn. Met twee of meer druivenrassen heet het een assemblage of blend. Dit zal de smaak van de wijn bepalen, de kleur, het aroma etc.

De druivenoogst in Spanje is van begin september, in het warme zuiden, tot eind oktober in het koelere noorden van het land. De druiven worden naar de bodega gebracht en daar ontdaan van de steeltjes. De volgende stap is het kneuzen van de druiven, vroeger met de voeten. Direct na de kneuzing begint de alcoholische gisting. Dat is een natuurlijk proces waarbij de suikers door middel van de schimmels op de druivenschil wordt omgezet in alcohol en koolzuurgas.

Dan volgt het inweken, Afhankelijk welk soort wijn de wijnboer wil maken gaan de schillen niet, kort of lang mee gisten. Alle druivensap is wit. De kleur zit in de schil van de druif. Er is een uitzondering, teinturier druiven. Deze druif heeft licht gekleurd sap. Wil de boer een rode wijn maken laat hij of zij, er zijn namelijk steeds meer vrouwen die wijn maken, de schillen langer mee gisten. Bij het kort mee gisten van de schil van de rode druif maak je bijvoorbeeld rosé. De jonge ´wijn´ wordt gefilterd.

De verkregen ‘wijn’ noemt men lekwijn.Hierna wordt door persing uit de schilletjes en andere vaste bestanddelen wijn geperst, dit noemt men, logisch, perswijn.

Nu komt nog een tweede gisting om ongewenste zuren die in de ´wijn´zitten te veranderen in zuren die de wijnboer wel wil. De wijnbereiding is dan klaar, maar de wijn nog niet!

De jonge wijn is nog troebel en moet helder worden. Dit gebeurd met een speciale filtertechniek. Dan wordt de wijn gebotteld en afgesloten met een kurk, schroefdop of in houten vaten of aluminium tanks gepompt en met rust gelaten tot hij de hoogste graad van perfectie heeft bereikt. Etiket er op geplakt en genieten maar!

Salut Koos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *